De geschiedenis van C.V. de Dabbers.

 

 1985

Het was in 1985, alweer een hele tijd geleden, toen drie vrienden van de tafeltennisvereniging, Anton Sch. Hans H en Fred van M., samen besloten eens een keer mee te doen aan de optocht. Na jaren er over gepraat te hebben voegden zij de daad bij het woord en schreven zich in onder de naam: C.V. de Betjes. Deze naam had natuurlijk met de tafeltennis te maken. Het idee ging vanzelfsprekend over het tafeltennissen. Ergens in een schuur in de Kloosterstraat maakte zij een hele grote tafeltennistafel van een aanhanger. Toen al werd er zeer op de afwerking gelet en het zag er allemaal prima uit. De titel werd, ook toen al, bedacht tijdens het bouwen:

We speule un potje in ut groat.

Het was erg leuk om met de optocht mee te doen, dus werd besloten het volgende jaar weer mee te doen.

 

1986

In 1986 besloten de drie vrienden de vereniging uit te breiden zodat er nog professioneler gebouwd kon worden. Hans M. en Jan van N. kwamen erbij. Zij kregen een spoedcursus van de inmiddels ervaren optochtdeelnemers. Al snel kwamen zij tot ontdekking dat die 2 nieuwe wel erg handig waren. Zodoende werd er gezocht naar een grotere ruimte  om de enorme gedrevenheid en creativiteit die er toen al was een kans te geven. Er werd een ruimte gevonden bij een boer in Prinsenbeek. Inderdaad ja, wel erg ver weg. Waren we dus toch nog beperkt, niet in de ruimte, maar wel in de enorme afstand die overbrugt moest worden. Vergaderen, vergaderen en vergaderen. Eindelijk was daar het idee. In die tijd werd er nogal veel gecollecteerd, bijv. voor Afrika. Toen dachten we, ja dat is het. We maken een collectebus van de aanhanger met als titel: Eén voor de ………. Ja, voor wie eigenlijk. C.V. de Betjes was eigenlijk niet meer zo toepasselijk.

 Hoe komen we aan een naam voor de vereniging? Dat ging zo:

  Het idee was er en een constructie was zo gemaakt, maar de afwerking!

Tsja, papier-maché of zoiets, hoe gaat dat? Wij informatie ingewonnen. Telefoonboekenpapier inpappen met behangplaksel en dat op de gaas plakken, kregen we als advies. Wij aan de gang.

Gadverdamme, wat is dat een gedab werd er gezegd. Toen werd duidelijk dat er voor ons maar één naam mogelijk was en dat was C.V. de Dabbers.

  Het was een heel gedoe om de aanhanger in Bavel te krijgen, maar het was zeker de moeite waard. We hadden veel lol gehad, tijdens het bouwen en ook tijdens de optocht. Onze stemmen waren we kwijt door het geschreeuw, maar dat mocht de pret niet drukken. Welke prijs we haalde was toen nog niet belangrijk, aan de optocht mee doen was ons doel.

 

1987

In 1987 besloten we de vereniging verder uit te breiden omdat we toch wel eens wilde proberen bij de grote groepen een goede prijs te halen. De vrouwen van De Dabbers kwamen erbij en toen telde de vereniging 10 leden.

Omdat het wel lastig was om in Prinsenbeek te bouwen besloten we dat maar te doen op zolder bij Hennie en Fred. Dat werd een succes! Nou ja, succes.

Vergaderen, vergaderen, vergaderen en vergaderen (de vrouwen waren er namelijk bij gekomen). Het onderwerp werd uiteindelijk: Veur welke zak patat gaot heel Baovel plat.

Frikadellen, frites, mayonaise, kroketten noem het maar op alles werd op de zolder gemaakt van schuimrubber. Zelfs alles werd op zolder geverfd, inclusief de vloerbedekking moest het ontgelden. Maar ja, je moet wat voor de vereniging over hebben. Toen alles naar beneden moest kwamen we er achter dat de maatvoering iets te overdreven was. Delen moesten vanaf boven langs het verhuisraam naar beneden gedaan worden. Een enorme operatie was dat, maar gelachen dat we hebben. De optocht lopen met al die spullen was wel zwaar, maar met de prijsuitreiking werd alles goed gemaakt. We werden 1e en vierden dat zeer uitbundig. Voor herhaling vatbaar.

 

1988

In 1988 gingen we op zoek naar een bouwplaats in de buurt. Op zolder bouwen was achteraf toch niet ideaal.

Via via kregen we een adres. We konden daar eens komen praten. Zogezegd zo gedaan. De fam. van Riel bood ons toen een ruimte aan in een hele oude stal. We stonden als het ware naast de koeien, maar dat maakte ons niets uit. We hadden een bouwplaats daar ging het om.

Omdat we nog geen materiaal hadden om een wagen te bouwen en bovendien graag onze 1e prijs van het vorige jaar wilde verdedigen besloten we weer als grote groep mee te doen.

De vergaderingen werden zoals altijd weer erg vruchtbaar. Het idee werd:

Noeh was zunne ark aon ’t laoden. Je kunt wel raden waar dit vandaan kwam!

De dames hadden er veel zin in om te gaan naaien, dus dachten de heren dan moeten wij zorgen dat we weg zijn, naar de bouwplaats dus. De vrouwen maakte prachtige dierenpakken (die nu nog vaak uitgeleend worden), en de mannen maakten onder het genot van een enkel biertje (ahum) de ark van Noeh. Hier kwam nog niet veel papier-maché aan te pas. Met hardboard werd de vorm gemaakt. Het geheel zag erg leuk uit. De optocht ging goed. David v. N. hielp ons nog tijdens de optocht de Ark mee duwen. David is toen ook maar gelijk lid geworden van de vereniging.

Wederom wonnen wij verdiend de 1e prijs.

 

1989

2 Leden gestopt: Anton en Karin

1 nieuw lid: Bert D.

Dit jaar werd voor ons revolutionair.

Na tweemaal de 1e prijs behaald te hebben bij de grote groepen vonden wij het tijd worden ons te gaan meten met de besten in de koningsklasse, de wagens.

De Jokers, De Klinkers, Weet je wel, en natuurlijk niet te vergeten onze “vrienden” van de Buitenkantjes waren ons voorbeeld. Toen al was de optocht in Bavel van grote klasse. En dan kwamen wij daar ook nog eens bij.

Omdat we er totaal geen idee van hadden hoeveel tijd een wagen bouwen zou gaan kosten gingen we al vroeg van start. In september werden de plannen gemaakt. De kar van boer van R. mochten we lenen. Hans M. heeft altijd al twee rechtse handen gehad dus het materiaal en het gereedschap werd aan hem wel toevertrouwd. De rest keek in het begin met angst en beven toe als Hans ging lassen, maar dat veranderde snel. Omdat het bouwen nog niet zo snel ging vreesden we dat we de wagen niet af zouden krijgen. Daarom gingen we toen maar 7 dagen per week bouwen, Ja, dus ook op zondag. Maar wel gezellig.

Het lassen ging voortvarend, het plakken ook. Wel drie lagen werden er geplakt. Het leek wel zeil zo dik.  Het verven ging nog met de kwast, dus dat duurde wel erg lang. Uiteindelijk waren we zeer tevreden met het resultaat, ook al was het even schrikken toen alles in elkaar stond. De wagen was wel erg hoog, als dat maar geen gevaar zou opleveren voor de bomen in Bavel.

De vrouwen hadden ondertussen ook nog tijd gevonden om de kleding te maken. Alles zag er goed en vooral wit uit.

We waren zeer verrast met de 3e plaats. Zeer motiverend voor de volgende keer.

  

1990

2 leden gestopt: Jan en Fried

2 leden erbij: Corne en Helene

Ook dit jaar werd er weer vroeg begonnen. De kar werd doormidden gezaagd en er werd een stuk tussengelast. Zodoende hadden we de ruimte om nog meer op de kar te bouwen. We hadden de smaak te pakken en wilde alles nog groter maken. De kwasten verdwenen, de spuiten kwamen daarvoor in de plaats. Alles werd professioneler aangepakt. De bouwplaats werd aangepast. We kregen steeds meer ruimte. Er werd zelfs regelmatig friet en frikadellen gebakken op de bouwplaats. Het werd steeds gezelliger en ook drukker. Steeds meer mensen kwamen kijken op de bouwplaats en dat is ook goed voor de motivatie.

Dit jaar was er ook meer oog voor detail. Alles werd perfect afgewerkt. Sommige onderdelen draaiden op kleine motortjes. Grote onderdelen draaiden zoals wij dat noemen op bloeddruk. Iemand zit dan in een pop en draait onderdelen met de hand. Toen nog uniek in de Bavelse optocht was de ingebouwde auto die de kar trok  Dat was een Renault 5 die we gekregen hadden. Met behulp van wat technische handen kregen we die aan de praat en hield hij het nog vol ook tijdens de optocht.

Wederom haalden we de 3e prijs, maar stiekem hoopten we toch op meer.

  

1991

3 leden erbij: Nico, Jan en Jet

Zou het dit jaar lukken?

De derde grote wagen. Het jaar waarin alles klopte.

Zeer gemotiveerd begonnen we in september aan de wagen. We hadden nu nog meer ruimte gekregen om te bouwen, zelfs onder het afdak buiten de schuur werd gebouwd. Iedere vierkante meter werd gebruikt. Omdat de deur waarlangs de kar naar buiten moest niet zo groot was, moest alles in delen gemaakt worden. Dat was niet zo’n probleem, maar telkens alles naar buiten om te passen en te lassen koste wel erg veel tijd. Bovendien was het een erg koude winter, dus we zagen wat af. De lijm die gemaakt werd was na een kwartier helemaal bevroren. Toch gingen we door met plakken. De voor een deel bevroren wagen ontdooide later pas tijdens de optocht.

Inmiddels hadden we een hele oude Audi op de kop getikt. Het was een automaat en de auto was erg sterk. 4 jaar heeft de Audi het volgehouden.

De optocht werd voor ons een groot succes. De uitbeelding en de humor was erg goed.  We haalden de 1e prijs. We waren erg zenuwachtig tijdens de prijsuitreiking. De emoties kwamen los. Het harde werken werd beloond en iedereen gunde het ons ook. 

  

1992

2 leden erbij: Arno en Nathalie

Het jaar waarin de eerste kleine Dabber werd geboren. Later volgden er nog velen. Tot nu toe zijn het er al 17. De vereniging groeit maar door.

Het succesvolle jaar 1991 smaakte naar meer. We wilden het nog mooier en groter maken. Alles werd uit de kast gehaald. We zetten werkelijk alles op zunne kop. Dat werd ook het onderwerp. Er werden wel erg veel koppen gemaakt. Ik geloof wel een stuk of 15. De ene nog mooier dan de andere. Toen de wagen in elkaar werd gezet, sloeg de vertwijfeling toe. Niet iedereen was tevreden. Het cafeeke op de wagen was met name niet geworden wat we hadden verwacht. Toch hadden we het idee dat we wel ver zouden komen met de prijzen. De optocht was weer van een hoog niveau. Iets waar het Baviaonenland trots op mag zijn.

Ook al werden we 3e, de prijsuitreiking was een gigantisch feest. De fantastische sfeer met de verenigingen onder elkaar maakt dat na de prijsuitreiking je met z’n allen eigenlijk de eerste prijs viert. En dat kan alleen maar in Bavel.

 

1993

We gaan er nog één keer voor dachten we. Voor de 1e prijs dan.

We hebbe de broek aon werd het onderwerp.

Ook dit jaar werd weer alles uit de kast gehaald. Nieuwe technieken om de poppen te laten bewegen werden bedacht. Er werd wederom veel tijd besteed aan de afwerking. De kleuren waren bijzonder mooi. De opbouw van de wagen was anders dan anders. De poppen zaten met de ruggen tegen elkaar en het bovenlichaam van de voorste pop kon door een speciale constructie naar voren gekanteld worden. Het leek erop dat we zeker mee zouden doen om de hoogste prijs. Maar helaas.

Het noodlot sloeg toe. De hele week voor de optocht was het al slecht weer. Windkracht 9 tot zelfs 11 werd gemeten. Diverse grote stallen in de omgeving stortten in. Gelukkig bleef onze stal overeind. Slechts enkele dakplaten moesten worden vervangen.

Zaterdags voor de optocht moest de wagen naar buiten om alles in elkaar te kunnen zetten. Het was wel droog maar het waaide erg hard. Toen de wagen in elkaar gezet was plaatsten we nog een paar stenen voor de wielen. Op hoop van zegen. Die avond vierden we gespannen carnaval. Tot op een gegeven moment iemand van de vereniging de kroeg binnen kwam en vertelde dat hij langs de bouwplaats was gereden. Het was erg slecht weer en de wagen was al beschadigd. We hadden het niet meer. Zondags heel vroeg in de ochtend gingen we gezamenlijk naar de bouwplaats. In de verte zagen we het al. De wagen was door de storm over de stenen geduwd en stond zeker 100 meter verderop in de wei. Het was verschrikkelijk om te zien. Alles was kapot. Er zat bijna geen papier meer op. Alleen nog gaas en verwrongen ijzer. We waren behoorlijk teneergeslagen. Het werk van vier maanden in een paar uur weg. Alleen de ingebouwde Audi was nog heel omdat die nog in de schuur stond. Diverse verenigingen kwamen bijeen in onze schuur om te overleggen wat te doen. Ook zij waren er niet schadevrij vanaf gekomen. In overleg met de stichting besloten we toch maar mee te doen met de optocht. We kregen ook nog de 5e prijs, maar dat was eigenlijk niet verdiend.

Vanaf die tijd werden de wagens voortaan op zondagochtend opgebouwd bij de opstelling. Je kunt dus nu op zondagochtend zien hoe alles in elkaar gezet wordt. Dit gaat vaak gepaard met de nodige stress. Voor ons is dat gestress er nu wel af, omdat we geen grote wagen meer bouwen. De enige stress die wij ieder jaar meemaken is of de aggregaat het zal doen. Hierover later meer.

 

1994

 wordt vervolgd.